DEEL 2 — De beelden die alles veranderden
De monitor naast Leo’s bed piepte onafgebroken.
Ik stond achter het glas van de behandelkamer en durfde nauwelijks te ademen.
Mijn zoontje lag daar, veel te klein onder het witte ziekenhuislaken.
Zijn ogen waren gesloten.
Een zuurstofmasker bedekte zijn neus en mond.
Elke keer wanneer de hartslagmeter piepte, kneep mijn hand zich automatisch samen.
“Hij is stabieler,” zei de arts uiteindelijk. “Maar we willen hem vannacht goed blijven observeren.”
“Wat is er met hem gebeurd?”
De arts keek naar de verpleegkundige naast zich.
“Er zijn aanwijzingen dat hij iets heeft binnengekregen wat niet bij een baby van zijn leeftijd hoort. We wachten nog op de laboratoriumresultaten.”
Mijn benen werden slap.
“Vergiftiging?”
“Dat weten we nog niet zeker.”
Mijn vader stond naast me.
Arthur Delgado had vijfentwintig jaar bij de politie gewerkt.
Hij had mensen zien liegen.
Hij had families zien instorten.
Maar ik had hem nog nooit zo stil gezien……………..