“Graham heeft nooit gezegd dat hij jouw maaltijd zou betalen.”
Rachel trok haar wenkbrauwen op.
“Hij is mijn broer.”
“En ik ben zijn vrouw.”
“Dus?”
“Dus je kunt niet automatisch aannemen dat zijn geld ook jouw geld is.”
Ze sloeg haar armen over elkaar.
“Anna zou hier nooit zo moeilijk over doen.”
Daar was die naam weer.
Anna.
Grahams ex-vrouw.
Ik had haar naam al honderden keren gehoord sinds mijn huwelijk met Graham.
Niet omdat Graham haar voortdurend noemde.
Maar omdat Rachel dat wel deed.
Anna had volgens haar beter gekookt.
Anna had betere smaak gehad.
Anna had “begrepen hoe deze familie werkte”.
En vooral:
Anna had nooit tegengesproken.
Ik keek naar Graham.
Hij zat nog steeds stil.
“Graham?”
Hij keek op.
“Ja?”
“Zeg het zelf.”
Rachel draaide zich onmiddellijk naar hem toe.
“Precies. Zeg haar dat ze overdreven doet.”
Graham haalde diep adem.
“Rachel, ze heeft gelijk.”
De glimlach op haar gezicht verdween.
“Wat?”
“Ik heb je vooraf gezegd dat we krap bij kas zitten.”
“Maar ik dacht…”
“Je dacht dat ik toch zou betalen.”
Ze keek hem aan alsof hij haar had verraden.
“Je bent mijn broer.”
“Dat betekent niet dat ik je rekeningen moet betalen.”
De ober kwam voorzichtig terug met twee betaalterminals.
Rachel keek naar hem.
“Geef maar.”
Ze pakte haar telefoon, maar stopte toen.
“Wacht.”
Ze keek naar Graham.
“Dus dit is wat ze met je heeft gedaan?”
Graham fronste…………..