‘Mevrouw Clara De Vries, u moet met ons meekomen.’
De stem van de politieagent klonk luid genoeg om door het hele restaurant gehoord te worden.
Clara stond midden in de feestzaal, haar ene hand op haar borst en haar andere hand om een glas champagne geklemd. Nog geen vijf minuten eerder had ze gelachen om mijn jurk en tegen haar vriendinnen gezegd dat haar zoon ‘wel iets beters had verdiend’.
Nu was haar gezicht lijkbleek.
‘Dit is belachelijk!’ riep ze. ‘Weet u wel wie ik ben? Mijn man en ik hebben hier duizenden euro’s uitgegeven! U kunt niet zomaar mijn feest verpesten!’
De agent bleef kalm.
‘Mevrouw, we hebben een klacht ontvangen en beschikken over documenten die we met u moeten bespreken.’
Mijn schoonvader, Richard, stond onmiddellijk op.
‘Welke klacht? Dit moet een vergissing zijn.’
De tweede agent haalde een map uit zijn tas.
‘We onderzoeken een mogelijke financiële fraude waarbij meerdere personen betrokken zijn. Uw naam is tijdens dat onderzoek naar voren gekomen.’
Er ging een golf van gefluister door de zaal.
Ik stond als versteend naast mijn man, Thomas.
Hij keek eerst naar zijn moeder en daarna naar mij.
‘Wat gebeurt hier in vredesnaam?’
Ik schudde mijn hoofd. Ik wist het werkelijk niet…………….