De stilte in de feestzaal was zo diep dat ik het zachte gezoem van de airconditioning kon horen.
Charlotte staarde Thomas aan alsof ze hem voor het eerst zag.
‘Vijfenzeventigduizend euro?’ herhaalde ze. ‘Je hebt me verteld dat je vader je alleen een klein bedrag had nagelaten!’
Thomas wreef met beide handen over zijn gezicht.
‘Charlotte, alsjeblieft. Niet hier.’
‘Niet hier?’ Haar stem sloeg over. ‘Je hebt me voorgelogen over vijftigduizend euro! Waar is dat geld gebleven?’
Robert Vermeer zette zijn champagneglas met een harde tik op tafel.
‘Genoeg. Dit gesprek gaat niemand iets aan.’
Ik keek hem rustig aan.
‘U hebt gelijk, meneer Vermeer. Het gaat u inderdaad niets aan wat mijn zoon met zijn geld doet. Maar zodra hij mijn eigendom probeert weg te geven, wordt het mijn zaak.’
Ik haalde de gevouwen overeenkomst uit mijn handtas en legde die op de tafel.
‘En deze overeenkomst is waardeloos zolang ik haar niet heb ondertekend.’
Robert lachte spottend.
‘U denkt dat u alles kunt tegenhouden omdat u een groot huis bezit?’
‘Nee,’ antwoordde ik. ‘Ik denk dat ik zelf mag beslissen wie er in mijn huis woont.’
Toen draaide ik me naar Thomas.
‘Ik wil weten waar die vijfenzeventigduizend euro naartoe is gegaan.’
Mijn zoon keek naar zijn bruid……………….