Ik staarde naar het bericht op Daniels telefoon.
“Het meisje is nu achttien. Het is tijd om haar terug te geven wat haar toekomt.”
“Wat betekent dat?” vroeg ik.
Daniel keek me ernstig aan.
“Ik weet het niet.”
“Maar je zei dat iemand weet waar mijn oom is.”
“Dat klopt.”
“Dan moeten we hem vinden.”
Daniel aarzelde.
“Je begrijpt niet waar je aan begint.”
“Mijn hele leven heb ik gedacht dat mijn ouders gewoon bij een ongeluk zijn omgekomen. Daarna ontdekte ik dat mijn opa me jarenlang heeft voorgelogen. Ik denk dat ik nu wel recht heb op de waarheid.”
Hij knikte langzaam.
“Dat heb je.”
De volgende ochtend ontmoetten we elkaar opnieuw.
Daniel bracht een oude map mee.
“Dit vond ik tussen de spullen van je opa,” zei hij.
“Hoe kwam jij daaraan?”
“Hij stuurde me die map twee maanden voor zijn dood………..